Zo zus, zo moeder.
“Meeeer?” Het blijft even stil. Aan de toon in haar stem weet ik precies wat voor soort vraag er gaat komen. Alhoewel ze haar vragen telkens heel slim anders weet te formuleren, komt het altijd op hetzelfde neer: wat denk ik dat ze later gaat worden, wat voor kinderen krijgt ze, in wat voor huis gaat ze wonen en meer van dat soort toekomstvoorspellende vragen. Ik draai me op mijn zij naar haar toe en zo liggen we, nog twee kleine meisjes, in bed. Haar ijskoude voeten worstelt ze tussen mijn kuiten.
“…Jaaaa?”, mompel ik slaapdronken. De ondeugende blik in haar ogen bevestigt mijn vermoeden.
“Hoeveel kinderen denk jij dat ik later krijg?”
“Nou, ik denk dat je wel veel kinderen krijgt. Denk ik.”
“Waarom?” Nu is het te laat; ik gaf haar een vinger en ik weet dat ik nu aan een eeuwigdurend “Hoezo?”, “Waarom denk je dat?”, “Echt??” en “Zeg nou!”-gesprek ben begonnen.
Een kudde, een elftal, ik weet het niet, twee; mijn antwoorden waren elke keer weer verschillend, want je probeert toch origineel te blijven. Nooit had ik tijdens al onze bedgesprekken écht verwacht dat ze jong zou beginnen met kinderen, mijn zus. Tot we 19 en 15 waren: ze was in verwachting van haar eerste kind. Ineens veranderde ze in één dag van mijn zus in moeder. Lastig, een zus die in één keer in een moederzus transformeert. Net op de leeftijd dat ook ík een beetje mens begon te worden. Voor mij was het wennen, voor haar was het haar tweede natuur.
En dat bleek, want na vijf jaar was nummer twee onderweg. Gelukkig was ik al aan het tanteschap gewend. Ik kon uitstekend luiers verwisselen, speentjes uitkoken en mijn heupen waren dusdanig in omvang toegenomen dat ik er met gemak een kind op kon dragen. En alsof het zo getimed was: weer na vijf jaar kwam nummer drie. In tien jaar tijd zette mijn zus drie mooie, humoristische en slimme jongens op de wereld. De cirkel was rond. Dachten we.
Nu, een dik jaar na de geboorte van de laatste, waar ik overigens het geluk had bij te mogen zijn, blijkt dat nummer vier onderweg is. Het is een cadeautje, een uitdaging, een verrassing en wie weet eindelijk een meisje. Hoe alles ook gaat lopen: ik weet zeker dat het weer een prachtig kind gaat worden om op te vreten. Want nog nooit heb ik zulke mooie kinderen gezien als die van mijn zus.
Toen we klein waren hadden we vaak ruzie, mijn zus en ik. Armpjes knijpen, haren van barbiepoppen afknippen, wie zit waar aan tafel. Je kent het wel. We haalden het bloed onder elkaars en mijn moeder’s nagels vandaan. “Ik hoop dat jullie later veel dochters krijgen!”, schreeuwde ze ons dan altijd toe. Wat zou ze vandaag de dag om die uitspraak gelachen hebben.
Comments
3 reacties
Een Trackback
-
[...] opvliegers en kippenvel. Het krijgen van kinderen is helemaal niet nutteloos, dat vind ik ook niet. Mijn neefjes en het verdriet als een kinderwens uitblijft, zijn daarvan het levende bewijs. Misschien zijn we [...]

Leideke
343 days ago
Van mijn vragen kom jij als klankboord nooit af, al zijn we 80 en 85..
Leuk stukje hoor! I am honoured
En idd.. Wat zou mama er momenteel nu ze van de schrik bekomen zou zijn van vinden..
Ze zou een rijke oma zijn.. En jij straks een rijke tante
Merel
343 days ago
Stouterd
Ik heb geen flauw idee. Aangezien je het deze keer helemaal anders doet dan de vorige drie keren verwacht ik een meisje. En ik wil wel eens voor de verandering wat minder piemels als ik op kom passen
Anita
251 days ago
Nou, het is out in the open, de vierde wordt weer een jongetje!
Onze moeder wenste ons veel dochters toe, het tegendeel bleek waar. Leideke is een echte jongensmoeder, en eerlijk gezegd gaat haar dat heel goed af en kan ik me ook niet anders voorstellen.
Ik ben ook zó benieuwd hoe authentiek dit ventje weer zal zijn. Ongetwijfeld zullen we er weer veel in herkennen, maar zal ie ook weer zo ontzettend anders zijn. Net zoals die andere drie.
Ik prijs mezelf gelukkig met twee schatten van zussen, ben zo blij met jullie, maar o wat ben ik ook blij met mijn neefjes. Trots als een pauw op de familie die ik nog heb.
Ik hou van jullie!!!! XXX