Delen. Zien. Voelen.
Waarom heeft een mens behoefte aan een ander? Die vraag houdt me al een poosje bezig. Hij schiet in m’n hoofd als ik mijn croissantjes af sta te rekenen of terwijl ik mijn afwas sta te doen. Iedereen zit in een relatie, of is, bewust of onbewust, onderweg naar de volgende. Het makkelijkste en meest feitelijke antwoord is natuurlijk vanwege de behoefte aan voortplanting. Kindjes moeten er komen. Gaat heen en vermenigvuldigt u. Dat soort onzin. Maar ik wil eigenlijk niet geloven dat ‘t leven zo nutteloos is dat je hier slechts bent om weer een nieuwe generatie op de wereld te zetten. Dan zou ‘t een eeuwigdurende spiraal zijn die noch op noch neer gaat.
Ik raak natuurlijk een gevoelige snaar als ik zeg dat het op de wereld zetten van kinderen nutteloos is. Neem me maar met een korrel zout: ik ben een 26-jarige met de hoop op het schrijven van een succesvol boek, wiens dagen bestaan uit het naast de kachel schrijven van stukjes, het kijken van series en het wegknagen van druifjes, afgewisseld door opvliegers en kippenvel. Het krijgen van kinderen is helemaal niet nutteloos, dat vind ik ook niet. Mijn neefjes en het verdriet als een kinderwens uitblijft, zijn daarvan het levende bewijs. Misschien zijn we er gewoon wel om elkaar gezelschap te houden tijdens een on(be)grijpbare periode waarin we samen tegelijkertijd geluk en verdriet en alles wat daar tussenin zit ervaren. En ach, voor het voortplantingsritueel heb je toch ook enige vorm van sympathie voor elkaar nodig. Dat vind ik in ieder geval altijd wel zo gezellig.
De gedachte dat onze voornaamste taak het op de wereld zetten van kinderen is, kan soms bevrijdend werken. Bij mij in ieder geval. Blijkbaar maakt het dan toch niet uit wat je in het leven hebt gedaan, zolang je maar hebt gezorgd dat jouw bijdrage aan de wereld ergens in levende lijve rondloopt. Dan maakt het dus niet uit of mijn boek er wel of niet komt, of ik 75 kilo weeg of 60 en welk ander allesbeslissende keuze voor mijn leven ik ook mag nemen.
Ik wil gewoon graag geloven in de romantiek van twee mensen. Ik wil graag geloven dat de mens behoefte aan een ander heeft omdat je dingen wilt delen. Samen wilt zien. Samen wilt voelen. Omdat ik het liefst naar iemand staar terwijl diegene het niet door heeft, of wel, en me kan verbazen over hoe lief een stiekeme glimlach is. Woordgrapjes die niemand anders begrijpt. Een zucht van opluchting als je samen in bed ligt en je neus kan verstoppen in de ander zijn nek.
Ik weet niet waarom ik dat wil. Ik vermoed dat ik niet onopgemerkt voorbij wil gaan en niet wil dat anderen onopgemerkt aan mij voorbij gaan. Dus bij dezen een oproep: kom je bij me langs?

Comments