Aangenaam

merel

Merel Faber

In een grijs verleden Journalistiek gestudeerd en momenteel werkzaam in de tv- en filmwereld. Grote ambities, creativiteit te over en genoeg lege pagina's om te vullen. Met schrijven als grootste passie ben ik op weg om van mijn droom werkelijkheid te maken: mijn debuutroman is onderweg.

Disclaimer

Alles op deze website is door Merel Faber geschreven. Ik verwacht dan ook netjes van iedereen dat áls er gekopieerd wordt, dat het even wordt gemeld en vermeld. Dank.
© Merel Faber - 2011

Met dank aan Eva Hoefsloot voor het helpen bij mijn website en Karin Witte voor haar kunstige, lieflijke doodles.

Tijd.

Je maakt me boos. Zo enorm boos. Mijn handen vormen een vuist, mijn nagels voel ik in mijn handpalmen drukken. Ik krijg hoofdpijn van de spanning en van mijn hoofdhuid die strak staat. Dus zo voelt pure woede. Ik krijg er geen woord uit. Het enige dat mijn lichaam uit kan brengen zijn snelle, harde ademstoten. Je bent dood.

“Help me dan!”, hijgde je. Een spetter spuug vloog je uit mond. Je blik was leeg; het enige wat ik er in kon lezen was angst. Ik denk dat je je afvroeg of dit dan het einde was. Jouw einde. Dat lijkt me ook wel een angstig moment, wanneer je weet dat je dood gaat. Niet wetende wat er voor je ligt, je slechts vast kunnen klampen aan datgene wat je in je leven hebt meegemaakt en hebt gekend. Ik antwoordde niet op je hulpkreet. Ik pakte je hand en ademde met je mee. De rust keerde terug in je ogen, je ademhaling en de kamer. Je was nog niet dood.

Wat zag je er mooi uit. Als ik niet beter wist en een volstrekte vreemdeling zou zijn, had ik gedacht dat je bij iemand op kraamvisite ging of de manager van de catering was. Zwart stond je altijd zo mooi. Afgezien daarvan voelde je je er het prettigst in, het verborg je spekjes. Je was mooi opgemaakt en had je mooie jas aan. “Ze krijgen me er niet onder!”, zei je strijdlustig. Zo kende ik je: ze kregen je er nooit onder. Er bleef niets van over, eenmaal in de stoel tegenover de witte jas. Je ging dood.

Volgens een of ander Klazien uut Zalk-gezegde kun je aan je haar en nagels merken of je gezond bent; die groeien namelijk niet of slecht als je lichaam ziek is. Daarom dacht je, ondanks de andere kwalen, dat je niets mankeerde. Struisvogelpolitiek, zei ik. Je haalde je schouders op en stak er nog een op of dronk er nog een weg. Je hoest klonk als die van een schurftige oude man met ademnood. De witte jas bevestigde mijn vermoeden. Je was ziek, heel erg ziek, maar er was hoop. Je hoefde niet persé dood te gaan.

Stralend, mooi, niet altijd even vrolijk maar wel opgewekt. Zo was je. Zorgzaam, behulpzaam, maar niet buigzaam. Jouw wil was wet. Ik vond het prima, want ik adoreerde je. Jij had altijd gelijk. Als jij zei dat mannen maar één ding wilden, knikte ik instemmend met je mee. Wist ik veel waar je het over had. Een bijzondere vrouw. De meest bijzondere vrouw ooit. In mijn ogen had je superkrachten en was er niets of niemand die jij niet aankon. Jij was mijn mama. Jij zou er altijd zijn. Jij ging nooit dood.

Comments